Twee onderzoeksteams — één in Australië en één in Japan — hebben afzonderlijk nieuwe manieren beschreven om driedubbel-negatieve borstkanker (TNBC) aan te pakken, een bijzonder agressieve variant die verantwoordelijk is voor een onevenredig groot deel van de sterfgevallen door borstkanker. De ene groep identificeerde een moleculaire schakelaar die de uitzaaiing aanjaagt, de andere ontwikkelde een ‘gecamoufleerd’ nanodeeltje dat therapieresistente tumoren in muizen bestreed. Beide studies, respectievelijk gepubliceerd in EMBO Molecular Medicine en Advanced Science, bevinden zich in het preklinische stadium en moeten nog verder worden getest voordat aan klinische toepassing kan worden gedacht.
- Australische onderzoekers koppelen lage niveaus van het molecuul miR-342 aan een grotere kans op uitzaaiing bij TNBC.
- Een Japans team behaalde met een nanodeeltje 100% volledige tumorregressie in muismodellen van geneesmiddelresistente TNBC.
- Beide teams zeggen dat vervolgonderzoek nodig is voordat de aanpak bij patiënten kan worden getest.
Driedubbel-negatieve borstkanker geldt als zo lastig omdat de tumor de hormoonreceptoren en het HER2-eiwit mist waarop veel bestaande, gerichte therapieën aangrijpen. Daardoor blijven patiënten grotendeels aangewezen op chemotherapie. Immuuntherapie heeft de behandeling van kanker ingrijpend veranderd, maar helpt bij TNBC volgens de Japanse onderzoekers minder dan 20% van de patiënten. De ziekte maakt volgens die studie 15 tot 20% uit van alle borstkankergevallen; in Australië gaat het volgens het andere team om zo’n 10 tot 15% van de ongeveer 21.000 diagnoses per jaar.
Australisch team ontrafelt een moleculaire schakelaar voor uitzaaiing
Onderzoekers van Adelaide University en het Olivia Newton-John Cancer Research Institute ontdekten dat patiënten met lage niveaus van het natuurlijk voorkomende molecuul miR-342 én een sterk actieve, kankerbevorderende route genaamd E2F vaker uitzaaiingen ontwikkelden. In preklinische modellen verminderde het herstellen van de miR-342-niveaus de uitzaaiing naar organen zoals de longen en botten aanzienlijk.
Volgens medehoofdauteur associate professor Philip Gregory werkt miR-342 als een soort hoofdregelaar van een heel netwerk van genen. “Wanneer de niveaus van miR-342 dalen, wordt de E2F-route overactief, waardoor slapende kankercellen die al door het lichaam zijn gereisd, kunnen uitgroeien tot gevaarlijke secundaire tumoren”, aldus Gregory. Hij benadrukte dat de meeste sterfgevallen bij borstkanker het gevolg zijn van uitzaaiing, niet van de oorspronkelijke tumor.
Opvallend is dat het bestaande borstkankermedicijn palbociclib — een CDK4/6-remmer die nu wordt gebruikt bij gevorderde hormoonreceptor-positieve borstkanker — in modellen met lage miR-342-niveaus de groei van uitgezaaide tumoren sterk remde.
Dat opent volgens de onderzoekers de deur naar het hergebruiken van een bestaand middel voor een subgroep patiënten. Voor de praktijk zou dit betekenen dat het meten van miR-342 zou kunnen helpen om precies die vrouwen te selecteren die baat hebben bij CDK4/6-remmers. Medehoofdauteur professor Robin Anderson wees erop dat de behandeling vooral waardevol kan zijn om microscopisch kleine uitzaaiingen te stoppen voordat ze uitgroeien, in plaats van de primaire tumor te verkleinen.
Japans nanodeeltje voert een drievoudige aanval uit
Een team onder leiding van professor Eijiro Miyako van de Universiteit van Tohoku ontwikkelde een multifunctioneel nanoplatform met de naam B-LM-DMX-αCD25. Het gebruikt vloeibaar-metalen nanodeeltjes op basis van gallium met een fotothermisch omzettingsrendement van meer dan 54%, bekleed met bestanddelen van volbloed. Die camouflage laat de deeltjes op lichaamseigen materiaal lijken, zodat ze aan het immuunsysteem ontsnappen en zich vijf keer efficiënter dan gewone nanodeeltjes in tumoren ophopen.
Eenmaal ter plekke ontplooit het platform drie gelijktijdige mechanismen: anti-CD25-antilichamen schakelen immuunremmende regulatoire T-cellen uit, een nabij-infraroodlaser verhit de tumor binnen vijf minuten tot 58°C (136°F) om kankercellen te vernietigen, en de STING-agonist DMX activeert de aangeboren afweer. In muismodellen van geneesmiddelresistente TNBC leidde dit tot 100% volledige tumorregressie, een onderdrukking van longuitzaaiingen met meer dan 90% en een mediane overleving van meer dan 70 dagen.
Wat er nu staat te gebeuren
Beide teams benadrukken dat de resultaten nog niet klaar zijn voor de kliniek. De Australische onderzoekers willen hun bevindingen eerst valideren in van patiënten afgeleide preklinische modellen voordat ze doorgaan naar klinische studies. Het Japanse team wil zijn platform uitbreiden naar andere solide tumoren, met name alvleesklier- en eierstokkanker, werkt aan laserformules voor dieper gelegen tumoren en bereidt toxicologisch vervolgonderzoek voor als opstap naar een uiteindelijke klinische toepassing.
Voor patiënten en artsen wijzen beide sporen in dezelfde richting: een meer gepersonaliseerde aanpak, waarbij tumoren worden ingedeeld op basis van hun biologische zwakke plek in plaats van als één moeilijk behandelbare groep. Of dat ook daadwerkelijk tot nieuwe behandelingen leidt, moet de komende jaren blijken.






























