Het aantal dagen met zogeheten ‘vuurweer’ — warm, droog, weinig luchtvochtigheid en winderig — is sinds begin jaren 80 bijna verdubbeld in grote delen van Zuid-Europa. Dat schrijven wetenschappers onder leiding van klimaatonderzoeker Raúl Cordero in het vakblad Scientific Reports. De onderzoekers analyseerden nationale gegevens over natuurbranden uit Portugal, Spanje, Frankrijk, Italië en Griekenland, samen met weer- en klimaatgegevens uit de periode van 1981 tot en met 2025. Hun conclusie: hetere en drogere zomers vergroten het brandrisico in de hele regio, ook al ontstonden er de afgelopen decennia juist minder branden.
- Het aantal dagen met extreem hoog brandrisico is in 40 jaar bijna verdubbeld.
- Toch lag het jaarlijkse aantal branden het afgelopen decennium ongeveer 40 procent lager dan het gemiddelde over 1981-2010.
- Onderzoekers wijzen op wereldwijde opwarming als drijvende kracht achter het toenemende vuurweer.
Opwarming duwt het brandrisico jarenlang omhoog
De cijfers laten een duidelijke opbouw zien. Waar er in de periode 1981-2010 nog minder dan tien vuurweerdagen per zomer waren in delen van de onderzochte landen, liep dat het afgelopen decennium op tot rond de 25 dagen. In sommige streken van Frankrijk en Spanje nam de intensiteit van het brandbevorderende weer tussen 2016 en 2025 met wel 50 procent toe ten opzichte van 1981-2010.
“Het aantal dagen met een extreem hoog brandrisico is bijna verdubbeld in 40 jaar”, zegt Cordero, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Dat komt door de wereldwijde opwarming. Brandrisico reageert sterk op temperatuur, en klimaatverandering duwt temperaturen omhoog.” De frequentie van vuurweer hangt volgens de onderzoekers ook samen met grootschalige klimaatpatronen zoals El Niño.
Waarom er tóch minder branden zijn
Opvallend is dat het aantal branden en het verbrande oppervlak in dezelfde periode juist afnamen, al schommelde dat sterk van jaar tot jaar. Dat klinkt paradoxaal, maar is goed te verklaren. “Je hebt altijd nog een ontsteking nodig”, zegt natuurbrandonderzoeker Max van Gerrevink, die niet bij het onderzoek betrokken was. “Klimaatverandering steekt geen branden aan.” De meeste ontstekingen zijn menselijk: weggegooide peuken of brandstichting.
De onderzoekers schrijven de daling toe aan betere brandbestrijding, zoals scholing van brandweerkorpsen en publiekscampagnes. Cordero: “Ze maken effectief gebruik van technologie en middelen die ze in het verleden niet hadden.” Spanje beboet bijvoorbeeld mensen die roken in de natuur.
Brian Verhoeven, natuurbrand-analist bij de brandweer en onderzoeker bij het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, bevestigt dat vanuit Catalonië, waar hij de lokale brandweer bijstaat. De vooruitgang zit hem niet in één stap: de branden zelf escaleerden, en de brandweer veranderde telkens mee.
Ontvolkt platteland levert steeds meer brandstof
Naast het toenemende vuurweer speelt het landschap een rol. In sommige streken groeit het bos en neemt de hoeveelheid brandbaar materiaal toe, doordat de bevolking wegtrekt en boeren stoppen met het bewerken van hun land. Tussen 1990 en 2025 groeide het aandeel (terug)gegroeid bos in Spanje met tien procentpunt.
“Op veel plekken in het bos zie je stenen muurtjes en terrassen. Dat waren akkers en is nu bos”, zegt Verhoeven. Natuurgebieden worden zo groter en meer aaneengesloten. “Je kan niet alleen naar klimaatverandering kijken en verklaren wat er in Spanje gebeurt.”
Wat de komende decennia dreigt
Voor de toekomst zijn de vooruitzichten weinig geruststellend. De temperaturen in Europa blijven de komende decennia stijgen, en daarmee naar verwachting ook het aantal dagen met extreem brandrisico. Cordero maakt zich zorgen of de Zuid-Europese landen opgewassen blijven tegen de stijgende risico’s. “Het verbrande oppervlak bereikte in 2018 een dieptepunt, sindsdien lijkt er een trend naar meer branden te zijn.”
Als er tóch een brand ontstaat, kunnen de gevolgen steeds groter zijn: branden kunnen uitgroeien tot nauwelijks te controleren ‘megabranden’.
Er is ook steeds meer aandacht voor ‘vuurweergolven’: meerdere aaneengesloten dagen met extreme brandcondities die een natuurbrand enorm kunnen aanjagen. De onderzoekers pleiten voor verdere verbeteringen in brandbeheer, waaronder gecontroleerd branden, en voor een klimaatbestendigere manier van landgebruik.
De studie gaat nadrukkelijk niet over de actuele branden in Frankrijk en Spanje, maar schetst wel het klimaat waarin die branden zich afspelen.
Voor Nederland is de kennis niet zonder betekenis: Verhoeven onderzoekt juist welke lessen de Catalaanse aanpak van natuurbrandbeheersing kan opleveren voor ons land, waar droge zomers eveneens vaker voorkomen.
Merkt u in uw eigen omgeving of tijdens vakanties in Zuid-Europa dat het risico op natuurbranden toeneemt? Deel uw ervaringen en gedachten hieronder.
























